14.7.09

De Duivels van Strijtem



Klik op de titel en...

30.6.09

De Morgen Binnenland - De Rechtvaardige Rechters misschien in Lede ? (907433)

De Rechtvaardige Rechters misschien in Lede ?

De politie onderzoekt een tip rond De Rechtvaardige Rechters. Dat is het paneel linksonder op het Lam Gods, een drieluik geschilderd door de gebroeders Jan en Hubert van Eyck, dat in 1934 gestolen werd. Het doek zou zich misschien in Lede kunnen bevinden.

De Morgen Binnenland - De Rechtvaardige Rechters misschien in Lede ? (907433)

Shared via AddThis

23.6.09

Liefhebbers van Vlaamse misdaadromans konden terecht, voor deze eerste Dag Van de Misdaad

Liefhebbers van Vlaamse misdaadromans konden terecht, voor deze eerste Dag Van de Misdaad

Shared via AddThis

18.6.09

Met dank aan het Sacerdotibus Forum en in het bijzonder Seshat


De code in het boek van Louis Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge werd door Seshat van het Sacerdotibus Forum (klik op de titel van deze post en je bent er zo) thuisgebracht als een chronogram.

Vooral in de 17de en 18de eeuw was het gebruik van chronogrammen heel populair: het jaartal werd verwerkt in een zin, meestal in het Latijn, die iets over de gebeurtenis zelf zei. Vaak zijn de letters met getalwaarde als hoofdletters of groter weergegeven, soms hebben ze zelfs een gouden laagje gekregen.

Om de jaartalwaarde van een chronogram te berekenen, moet je alle letters die een romeins cijfer zijn — dus een getalwaarde hebben —, bij elkaar optellen. Meer bepaald: M = 1000, D = 500, C = 100, L = 50, X (en W) = 10, V (of U) = 5 en I (of J) = 1.

HIER wordt het getal zelfs automatisch voor jou berekend als je de letters invoert. Het antwoord wat de "THIERRY OBTINT" Code betreft, blijkt 1900 te zijn. Dat is ook de publicatiedatum van het boek.

Dit lijkt op het eerste gezicht een banale boodschap... en op het tweede gezicht blijft ze dat. Maar de aanwezigheid van dit chronogram sterkt me in mijn overtuiging dat er nog meer codes verborgen zitten in het boek. Van Haecke verwijst naar mijn gevoel heel duidelijk naar Nostradamus, en ik denk dat zijn gebruik van voetnoten wel eens naar kwatrijnen van Nostradamus zou kunnen leiden...

Ondertussen is er weer een nieuw, zij het Engelstalig, hoofdstukje verschenen in The Continuing Story of the Satanist Chaplain of the Holy Blood Chapel:

In 1891 Joris-Karl Huysmans published his novel "Là-bas" in which he paints a fantasy of Satanism and the occult, such as it was reportedly still practiced at that time in Paris. One of the most sinister figures however, the so-called "canon Docre", turned out to be Louis Van Haecke, chaplain of the Holy Blood Chapel of Bruges...

Full story: The Satanist Chaplain of the Holy Blood

Anton Cogen op de Gentse Feesten: Mance Ruuze zit in de duuze!



Het geluk lacht Armand Roosen (Mance Ruuze) onverwacht toe wanneer hij de juiste cijfers op het Lotto-formulier blijkt aangekruist te hebben. Helaas heeft zijn echtgenote het winnende formulier vernietigd. Tijdens de daaropvolgende woedeuitbarsting geeft Mance zijn vrouw een duw waarbij ze ongelukkig ten val komt en daarbij overlijdt. Mance Ruuze wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf. Bij de aanvang van de monoloog zit het grootste deel van die straf er op en blikt hij terug op de voorbije jaren hechtenis. De toeschouwer verneemt dat de gedetineerde veel van zijn tijd doorbrengt met TV-kijken, ondermeer naar films als “De gevangene van Zenda” en “The Birdman from Alcatraz”. Het stuk vormt een bonte mengeling van komische en hilarische situaties, waarbij sporadisch ook een tragische noot opduikt. Zo is er de zoon die na de dood van zijn moeder alle contact met zijn vader heeft verbroken. De liefdesbrieven die de in de gevangenisbibliotheek tewerkgestelde Roosen ontvangt van vrouwelijke bewonderaarsters, waaronder een lid van een SM-club, zijn ontmoeting met een homofiel die tijdens de dagelijkse wandeling op hem verliefd wordt, het zijn slechts enkele fragementen die de toeschouwer meemaakt en voor een gezellige avond zorgen.

speeldata:
zaterdag 18, zondag 19, maandag 20, dinsdag 21, woensdag 22, donderdag 23, vrijdag 24, zaterdag 25 en zondag 26 juli 2009

deuren 19.30 uur
aanvangsuur: 20.00uur


"A Capella", Godshuizenlaan 33, Gent

Reservatie:
Uitbureau Gent - Kammerstraat 19, 9000 Gent
09/233.77.88

16.6.09

The John Dee Society (klik hier)

The John Dee Society

Portrait of Dee


|| About the John Dee Society || About Dr. John Dee ||
|| John Dee Book Reviews || Related Sites || Related by David Jones ||
|| Charlotte Fell Smith book || Calder thesis ||

The Internet Sacred Text Archive (klik hier)

sacred-texts.com Homesacred-texts.com HomeAbout sacred-texts.comFrequently Asked QuestionsHow to contact sacred-textsSearch sacred-textsBuy the Internet Sacred Text Archive on CD-ROM
Wisdom is priceless, the sacred-texts CD-ROM is 49.95. Click here to learn more
Topics
Home
World Religions
Traditions
Mysteries
What's New?
About
Abuse
Books
Bibliography
Contact
Credits
Copyrights
Donate
Downloads
FAQ
Links
Map
Press
Privacy
Search
Top Level
Terms of Service
Translate
Standards
Unicode
Volunteer
Wishlist
Catalog
African
Age of Reason
Alchemy
Americana
Ancient Near East
Asia
Atlantis
Australia
Basque
Baha'i
Bible
Book of Shadows
Buddhism
Celtic
Christianity
Classics
Confucianism
DNA
Earth Mysteries
Egyptian
England
Esoteric/Occult
Evil
Fortean
Freemasonry
Gothic
Gnosticism
Grimoires
Hinduism
I Ching
Islam
Icelandic
Jainism
Journals
Judaism
Legends/Sagas
Legendary Creatures
LGBT
Miscellaneous
Mormonism
Mysticism
Native American
Necronomicon
New Thought
Neopaganism/Wicca
Nostradamus
Oahspe
Pacific
Paleolithic
Parapsychology
Philosophy
Piri Re'is Map
Prophecy
Roma
Sacred Books of the East
Sacred Sexuality
Shakespeare
Shamanism
Shinto
Symbolism
Sikhism
Sub Rosa
Swedenborg
Sky Lore
Tantra
Taoism
Tarot
Thelema
Theosophy
Time
Tolkien
UFOs
Utopia
Women
Wisdom of the East
Zoroastrianism

The Internet Sacred Text Archive


Welcome to the largest freely available archive of online books about religion, mythology, folklore and the esoteric on the Internet. The site is dedicated to religious tolerance and scholarship, and has the largest readership of any similar site on the web.


This site needs your help to stay online. Here's one important way you can help...
CLICK HERE TO READ MORE...


11.6.09

De Heilig Bloed Code - op schattenjacht in Brugge of Orval?


Het boek van Louis Van Haecke, over het Heilig Bloed van Brugge, is werkelijk de moeite waard! Het start met enkele bladzijden over de herkomst van de naam "België" (Belgae fortissimi enz...) - wat ons meteen aan de etymologische hoogstandjes van Boudet herinnert.

Over voor de hand liggende ketters en ketterijen in verband met het Heilig Bloed - "usual suspects" als katharen, Tempeliers, de Graal... - rept hij met geen woord, misschien omdat zij pas sinds Baigent, Leigh & Lincoln en hun internationale bestseller "Het Heilig Bloed, de Heilige Graal" aan de oppervlakte kwamen. Maar deze man die door Joris-Karl Huysmans als een Super Satanist werd beschouwd (zie ook Een Satanist in Brugge) heeft het wel over de veel minder bekende ketterijen van het Orfisme (zie ook Memoires van Heer Halewijn) of van de Bogomielen.

Louis Van Haecke heeft het in zijn boek over het Heilig Bloed van Brugge uitgebreid over... het Heilig Bloed van Mantua. En als dit boek blijkt een soortement Da Vinci Code te bevatten, zou ik daar niet van opkijken. Zijn gebruik van voetnoten is nogal curieus en soms zelfs ronduit idioot: zo verwijst hij met een voetnoot al eens naar iets op de pagina ervoor of erachter. En het boek eindigt als volgt (zie ook Een Satanist in Brugge):





Last but not least, zijn er in het boek van Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge nogal wat referenties te vinden naar Nostradamus en zijn kwatrijnen waarin een tempel, een schat en/of een geheim aan bod komen, en die stuk voor stuk naar Orval lijken te verwijzen (zie ook: Nostradamus and the Lost Templar Treasure of mijn boek Nostradamus in Orval. Helemaal "out of the blue" vermeldt hij een kwatrijn waarin een Frans gezegde voorkomt over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër. En wie heeft ook al een beroemd kwatrijn over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër geschreven? Inderdaad.

Plotseling begint Van Haecke Christus ook aan te duiden als "le Verbe éternel", "le Verbe incarné", "le Verbe" of "le Verbe de Dieu"; hij doet dit op een tweetal pagina's en dan niet meer en hij heeft deze omschrijving ook niet eerder gebruikt. Nu is "le Verbe de Dieu" een synoniem van "le Verbe Divin"... en heeft Nostradamus nogal wat kwatrijnen waarin "le Divin Verbe" voorkomt, en die naar ik meen eveneens naar Orval verwijzen, en zelfs naar de tombe van Bernard de Montgaillard (ik heb daarover óók uitgebreid geschreven in "Nostradamus in Orval").

Q 27, C II bijvoorbeeld:

Le divin verbe sera du ciel frappé,

Qui ne pourra proceder plus avant:

Du reservant le secret estoup,

Qu'on marchera par dessus & devant.


Het goddelijke woord zal uit de hemel geslagen worden en wie niet verder zal kunnen gaan, zal geconfronteerd worden met een geheim dat opgesloten is met de oplossing, en waar men overheen wandelt...

Dus... Wie gaat er mee op schattenjacht naar Brugge? Of naar Orval?

9.6.09

Over Louis Van Haecke, kapelaan van de Heilig Bloed Kapel, model voor de satanische kanunnik Docre in J.K. Huysmans' roman "Là-bas"





Van Haecke schreef een boek over het Heilig Bloed van Brugge... en dat boek eindigt met dit raadselachtige gedichtje, dat onwillekeurig herinnert aan de merkwaardige codes in de boeken en documenten van zijn tijdgenoten Boudet en Saunière...




Uit "Het Bloed van het Lam":


‘In Brugge,’ schreef Ludwig Klein aan zijn leermeester en opdrachtgever, ‘strooien de klokken “de stof van klanken, als dode as van eeuwen” uit, en speelt de beiaard niet voor het nieuw aangebroken uur, maar voor “de dood van het uur”. Zo staat het te lezen in een curieus manuscript van één van de schrijvers met wie ik hier contact heb gezocht. Het boekje heet Bruges-la-Morte en de schrijver Georges Rodenbach. Het verhaal baadt in dezelfde sfeer van voze romantiek, die ook de stad typeren.’

Ondeugd en verderf sluimerden achter de gothische gevels van een fabuleus operadecor. Ludwig citeerde in dat verband de dichter Karel Van de Woestijne: ‘Hoe in deze stad van de katholieke God ook, en met dezelfde zonden van vratige gulzigheid achter schijnheilige gevels en onkuisheid in stijfstemmige kledij, de Satan huist die ter xve eeuw de festijnen bereidde en de ontucht leidde aan ’t Hof van Bourgondië.’

Het behoorde tot de eerste opdracht van Ludwig Klein door te dringen in het artistieke en literaire milieu dat Brugge in die dagen als schuilplaats of uitvalsbasis gebruikte. Zo raakte hij in de lente van 1891 ook ‘bevriend’ met Joris-Karl Huysmans, ‘de enige zoon van een Nederlander en een Française, geboren in Parijs in 1848. Het schijnt dat hij heeft gewerkt als ambtenaar bij het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij rapporten moest schrijven voor de Sureté. Hij maakte deel uit van de kring rond Zola, heeft al enige werken gepubliceerd en doet momenteel onderzoek in Brugge, naar het satanisme, voor een nieuwe roman die Là-bas zal heten.’

Het onderzoek dat Huysmans al had gedaan en nog deed, interesseerde Ludwig Klein en zijn broodheer in hoge mate. Ludwig hanteerde de tactiek die ook al bij Rodenbach had gewerkt en stelde zich aan de schrijver voor als een groot bewonderaar van zijn oeuvre. ‘Het gevolg is dat ik uitgebreid met Huysmans heb gedebatteerd over Gilles de Rais, de strijdmakker van Jeanne d’Arc, de intellectueel die werd geïntrigeerd door de geheimen van het leven, de magiër die werd ontmaskerd als bloeddorstig pederast.’

Hoofdpersonage Durtal uit de roman van Huysmans schreef een studie over de Franse maarschalk, die door zijn omgang met de Maagd van Orléans tot eenzame hoogten van geestelijke vervoering werd gestuwd. Toen Jeanne evenwel op de brandstapel werd gezet, verloor Gilles zijn vertrouwen in de kerk en de gerechtigheid. Van de overspannen gelovigheid die hem aanvankelijk kenmerkte, evolueerde hij naar een vertwijfeld satanisme. ‘Het is vooral dit facet van zijn persoonlijkheid dat Huysmans uitermate boeit. Als misdadiger bedreef Gilles de Rais zijn daden immers met de toewijding die ook een heilige moet voelen in het nastreven van de deugd. Liever dan middelmatig en respectabel te zijn, werd hij de ergste onmens die men zich kan inbeelden.’

De studie van Durtal vormde de kapstok waaraan de roman Là-bas zou opgehangen worden. ‘Geschiedenis heeft de plaats ingenomen van de roman met zijn triviale conventionaliteit,’ betoogde Huysmans. ‘Geschiedenis is geen wetenschap. Gebeurtenissen worden geïnterpreteerd naargelang het temperament van de auteur die er zijn licht over laat schijnen. Zij vormen alleen maar een springplank voor ideeën en stijl. Documenten zijn herzienbaar. Een flink deel ervan is toch apocrief, en een ander deel – dat er nochtans best geloofwaardig uitziet – komt later voor de dag en bestempelt de eerder gebruikte documenten tot puur verzinsel.’

Ludwig Klein beschreef uitvoerig de amusante monologen van Huysmans, met als thema de geschiedenis – volgens de schrijver niets anders dan ‘een hoogdravende leugen’, ‘een kinderlijke foplolly’. ‘Hoe zou de geschiedenis kunnen binnendringen in de gebeurtenissen van de middeleeuwen, mijn beste Ludwig, als zij in de verste verte nog niet in staat is om zelfs de meest recente episoden te verklaren? Wij kunnen beter, ieder voor zich, een eigen visie construeren, een eigen voorstelling van mensen die een andere tijd beleefden. Wij moeten in hun huid kruipen en hun armzalige plunje aantrekken om met handig uitgezochte details bedrieglijke samenhangen te verzinnen. Want de geconsacreerde historici, gisteren zowel als vandaag, doen niets anders dan snuffelen in paperassen en hun hersenen pijnigen boven prikborden met feiten en data. Ze zijn gespeend van verbeeldingskracht en geestdrift; ze beweren niets aan de waarheid toe te voegen, en dat kan wel zo zijn, maar de selectie van hun documenten is niet minder pure vervalsing dan de zogenaamde geschiedenis zelf, die zij bestuderen. Het zijn falsificateurs zonder spankracht en visie! Onbeduidende straatventers van hypothesen! Notulisten die pointilleren zonder een verband te zien!’

Een centraal gegeven in de roman was een flirt van Durtal met een getrouwde vrouw, die beschreven werd als een kleine, tengere blondine met smalle heupen en een te grote neus, sensuele lippen en schitterend witte tanden. Haar teint was bleekrood, met een spoortje blauw in het melkachtig wit, troebel als rijstwater. Huysmans typeerde haar als een ‘erotische ophitster’, een allumeuse.

‘Ik denk dat ene Berthe Courrière voor haar model heeft gestaan,’ schreef Ludwig. ‘Zij is werkelijk zeer verleidelijk, met een jongensachtig lichaam, soepel en zonder afstotelijke vleespartijen. En daarbij is ze geheimzinnig ook, met die in zichzelf gekeerde houding van haar en die kwijnende ogen; met haar echte of gewilde koelheid zelfs!’

Berthe was de ex-minnares van onder anderen de Franse schrijver Rémy de Gourmont, de politicus generaal Boulanger en de beeldhouwer Clésinger. ‘Ze heeft het vooral op letterkundigen gemunt, die zij hartstochtelijke brieven schrijft.’ Zo was ze in contact gekomen met Huysmans en zijn minnares geworden – zekere passages uit Là-bas die Ludwig Klein reeds had mogen lezen, lieten daar niet de minste twijfel over bestaan.

Berthe Courrière gaf Huysmans het adres van ene abbé Boullan in Lyon, die de auteur wellicht aan informatie kon helpen voor de studie van zijn alter ego Durtal over Gilles de Rais. ‘En nu wordt het interessant,’ schreef Ludwig Klein, ‘want Joseph Antoine Boullan, in 1848 tot priester gewijd, is acht jaar lang bedrijvig geweest als een door en door katholiek publicist, tot hij in de bedevaartplaats La Salette een jonge Belgische non ontmoet. Adèle Chevalier heeft visioenen, doet voorspellingen en beweert ooit op een miraculeuze wijze genezen te zijn. Van het één komt het ander, Adèle wordt zijn maîtresse. Samen richten ze een nieuwe, negen leden tellende orde op, “L’Oeuvre de la Réparation”. Volgens abbé Boullan opent vleselijke gemeenschap – zowel met menselijke wezens als met engelen en geesten van overledenen – de weg naar de Hogere Machten en de verlossing.’

Langzaam maar zeker vergleed Boullan naar een vorm van satanisme, waarbij geen beroep werd gedaan op God om redding en verlossing te bekomen, maar op Satan. Als de immateriële wereld een emanatie was van de Goede God, moest dit aardse tranendal immers een schepping van de Duistere zijn. Dit verklaarde meteen waar alle rampspoed en onheil vandaan kwamen die de mensheid onverminderd teisterden. In de materiële wereld was Satan machtiger dan God, omdat God nu eenmaal thuishoorde in de hemel.

‘U hebt gelijk,’ reageerde Klein op een missive van von List, ‘dat deze dualistische ideeën niet zo origineel zijn. Ze vertonen een duidelijke verwantschap met het oeroude manicheïsme en met verscheidene andere ketterse stromingen, zoals het katharisme. En hebt u er in uw colleges ook niet op gewezen dat zekere Tempeliers in de folterkelders van Filips de Schone verklaarden hoe de novicen, tijdens de initiatieritus, werd voorgehouden dat zij het verkeerde geloof beleden? Dat een Tempelier enkel diende te geloven in “de God in de hemel” en niet in Christus? De man Jezus, die door de joden werd gekruisigd, kon in geen geval God zijn en zou de mens ook niet redden. Een Tempelier diende te geloven in “een hogere God”. Ik meen mij ook te herinneren dat de novicen een kruisbeeld werd getoond en dat men erop aandrong niet te veel geloof te hechten aan dit kruis, en het zelfs te vertrappelen en te bespuwen. Omdat het “te jong” was.’

Abbé Boullan droeg zwarte missen op, waarbij – in het kader van de seksuele uitspattingen die daarbij kwamen kijken – kinderen zouden zijn gekruisigd. De abbé probeerde ook mensen te genezen door exorcismen uit te voeren, of met behulp van autohypnose en autosuggestie. Hij haatte het spiritisme en hield séances om het te bestrijden. Uiteindelijk werd hij samen met Adèle veroordeeld tot drie jaar cel, voor zwendel, en in 1875 geschorst als priester. ‘Sommigen beweren dat dit is gebeurd vanwege de publicatie van een satanisch geschrift, anderen omdat hij een epileptische vrouw genas of vanwege de geruchten als zou het kind dat hij met Adèle had tijdens een zwarte mis geofferd zijn. Hoe dan ook, kort daarna trok Boullan naar Brussel, waar hij het gezelschap zocht van Eugène Vintras. Deze mysticus had niet alleen wilde visioenen, maar poogde ook een synthese tot stand te brengen van het katholieke geloof en het satanisme. Toen hij overleed, wierp Boullan zich op als zijn opvolger.’

Boullan keerde terug naar Lyon, waar hij zich voorstelde als een reïncarnatie van Johannes de Doper. ‘De zondeval van Adam en Eva,’ stelde hij, ‘is niets anders dan de copulatie. Men kan de erfzonde alleen bezweren door de geslachtsdaad op een religieuze wijze uit te oefenen.’ Vandaar dat hij zich alle vleselijke rechten voorbehield op de vrouwelijke leden van de nieuwe secte die hij inmiddels had opgericht. De plechtige copulaties werden ‘union de vie’ genoemd en gingen door onder leiding van een priesteres, die tevens als medium en zieneres fungeerde: Julie Thibault.

De activiteiten van Boullan werden voor het eerst aangeklaagd door markies Stanislas de Guaita. Dit vooraanstaande lid van het geheime magische genootschap der Rozenkruisers was van oordeel dat de abbé alle principes van de Wijsheid door het slijk sleurde en dus ‘geneutraliseerd’ moest worden. Aanvankelijk alleen, vervolgens geholpen door een jong Zwitsers hypnotisch genezer, bestudeerde hij de magische praktijken van Boullan. In 1887 richtten deze ‘Ware Ingewijden’ een brief aan Boullan, waarin ze hem bezwoeren zijn criminele satanische praktijken op te geven. De abbé beschouwde het als een regelrechte oorlogsverklaring van magische aard, een envoûtement, en trof dadelijk tegenmaatregelen. Op die manier kwam de schrijver Joris-Karl Huysmans, door toedoen van zijn minnares Berthe Courrière, terecht in een onvervalste Magische Oorlog. Ludwig Klein, zijn jonge ‘bewonderaar’, volgde hem nog steeds op de voet en bracht trouw verslag uit aan Guido von List.

Huysmans voegde zich bij de abbé in Lyon, waar hij een maand zou blijven. Boullan liet hem een zwarte mis bijwonen die door een vrouw werd gecelebreerd en waarbij de auteur iets van de magische oorlogsvoering tegen de Rozenkruiser de Guaita kreeg te zien. ‘Hij stuurt al lang een vloek op me af,’ zei Boullan. ‘Maar nu heb ik de Guaita te pakken. U moet weten dat hij doodziek in bed ligt. De arm waarin hij morfine injecteerde, is zo dik als een wijnzak.’

Boullan werd bijgestaan door een sterke somnambule, Laure, en door Julie Thibault. De twee vrouwen ‘zagen’ Guaita machteloos in bed liggen, terwijl Boullan in misgewaad en heen en weer springend als een tijgerkat met hosties zwaaide die de boze machten moesten afweren. Huysmans stond Laure bij om te beletten dat ze door een magische terugslag door de kamer zou geslingerd worden, maar uiteindelijk gebeurde er niets – tenzij dat er sperwers dreigend langs de vensters zweefden.

Là-bas verscheen in 1891, eerst als feuilleton in L’Echo de Paris en daarna in boekvorm. Terzelfdertijd publiceerde Guaita Le Temple de Satan, waarin hij ten strijde trok tegen de leer van Boullan: ‘Ze leidt tot grenzeloze promiscuïteit en schaamteloosheid, tot overspel, incest, bestialiteit, incubisme en masturbatie.. en dat noemen ze dan verdienstelijke gewijde handelingen!’

De roman van Huysmans onthulde heel wat bijzonderheden over een aantal groeperingen van satanisten, waaronder die van abbé Boullan. ‘Er komt een uitstekende beschrijving in voor van een zwarte mis,’ schreef Ludwig Klein. ‘De priester is gekleed in een bloedrood gewaad dat met ontuchtige symbolen is geborduurd en draagt de bekende rooms-katholieke mis van achter naar voor op. Hij ontwijdt de hostie en roept Satan aan om de groep mannelijkheid, glorie, rijkdom en macht te schenken. De acolieten bestaan uit zwaar opgemaakte mannelijke protituées en de zwarte mis eindigt met een seksuele orgie. Het boek veroorzaakt hier in Brugge grote opschudding omdat de demonische priester die erin opgevoerd wordt niet werd geïnspireerd door de figuur van abbé Boullan, zoals u misschien zou vermoeden, maar door de kapelaan van de beroemde kapel van het Heilig Bloed:





Maarten controleert ook dit verhaal. Het kost hem alleen wat ochtendlijk googlen en een uitstapje naar de bibliotheek.

In Là-bas komen twee magiërs voor: dokter Johannès en kanunnik Docre. Deze laatste ‘roept de duivel op, geeft door hem geconsacreerde hosties als voer aan witte muizen; zijn heiligschennende razernij is van dien aard dat hij zich onder zijn voetzolen heeft laten tatoeëren met het beeld van het kruis om bij iedere stap op de Verlosser te kunnen trappen. (…) De zwarte mis celebreert hij met zedeloze mannen en vrouwen; hij wordt er ook openlijk van beschuldigd erfenissen af te troggelen en aan onverklaarbare overlijdingsgevallen schuldig te zijn. Ongelukkigerwijs zijn er geen wetten om heiligschennis tegen te gaan, en hoe kun je iemand voor het gerecht dagen die van een afstand ziekten toestuurt en zijn slachtoffers langzaam doodt, zonder dat er bij de autopsie sporen van vergiftiging aan het licht komen?’

De demonische kanunnik Docre is erin geslaagd ‘de oude geheimen’ terug op het spoor te komen en heeft er reeds ‘praktische resultaten’ mee geboekt. Dokter Johannès daarentegen, heeft zich teruggetrokken in Lyon, waar hij zich wijdt aan genezingen en betoveringen. Hij wordt omschreven als een zeer intelligente en geleerde priester, een voormalig kloosteroverste die in Parijs het enige mystieke tijdschrift leidde dat daar ooit bestond. Dokter Johannès was ook een druk geraadpleegd theoloog , tot hij ‘schrijnende onenigheid’ kreeg met de pauselijke curie in Rome en met de kardinaal-aartsbisschop van Parijs. Zijn duiveluitdrijvingen en zijn niet aflatende strijd tegen de incubi in nonnenkloosters (demonen die vrouwen door middel van seksuele geneugten aan Satan binden) zouden tot zijn val geleid hebben.

Zittend bij het vuur en terwijl hij sigaret met sigaret aansteekt, denkt Durtal aan de strijd tussen Docre en Johannès, die elkaar proberen af te troeven met betoveringen en bezweringen. Hij weet dat Docre verscheidene malen van vergiftiging beschuldigd werd, maar steeds vrijkwam omdat de rechtbanken nooit een sluitend bewijs konden leveren. Hij weet dat Docre een chemisch laboratorium en een immense bibliotheek bezit, waarin zich onder meer een eigenaardig boek in perkament bevindt, met de liturgie van de zwarte mis. Het werk is prachtig verlucht en ingebonden met de gelooide huid van een ongedoopte baby. Toch dringt Durtal er bij Hyacinthe op aan hem in contact te brengen met Docre en een zwarte mis te laten bijwonen, die hem met walging vervult. ‘Wat een bizar tijdperk!’ verzucht hij. ‘Juist als het positivisme een grote vlucht heeft genomen, steekt het mysticisme de kop op en beginnen de idioterieën van het occultisme weer.’

‘De oppervlakkige waarnemer zal tot de conclusie komen dat de reële markies de Guaita en de reële abbé Boullan model hebben gestaan voor de fictieve kanunnik Docre en de fictieve dokter Johannès,’ schreef Ludwig Klein. ‘Maar het ligt nog iets ingewikkelder. Bepaalde passages zijn ongetwijfeld geïnspireerd door de markies, de abbé en hun Magische Oorlog. Volgens Huysmans zelf, werd Docre echter gemodelleerd naar de kapelaan van de kapel van het Heilig Bloed, de tweeënzestigjarige populaire priester Louis Van Haecke. De schrijver heeft mij toevertrouwd dat hij Van Haecke tijdens zwarte missen in Parijs en Brugge aan het werk heeft gezien. Huysmans heeft de identiteit van de priester achterhaald dank zij Berthe Courrière, die hem eerder al het adres van Boullan bezorgde. Berthe zou dan weer kennis gemaakt hebben met Van Haecke in een veelvuldig door de priester gefrequenteerde satanistische kring in Parijs. Zelf schijnt Berthe trouwens ook wat aan satanisme te doen; ik kan er persoonlijk van getuigen dat zij in haar handtas altijd enige geconsacreerde hosties bewaart, die ze bij voorkeur voedt aan de honden.’


Berthe Courrière


Ludwig Klein bracht omstandig verslag uit van het onderzoek dat hij naar Berthe Courrière en Louis Van Haecke had verricht: ‘Op 8 september 1890 werd een naakte vrouw aangetroffen in de bosjes bij de Smedenpoort in de oude stadswal van Brugge. De politie bracht haar onmiddellijk naar een ziekenhuis. Ze verkeerde in een toestand van algehele zinsverbijstering. In de krant stond te lezen dat ze “allerhande zotte kuren” uitrichtte. Bij haar arrestatie moeten er ook enige communicatiestoornissen zijn opgetreden, want de vrouw sprak uitsluitend Frans.’

Ludwig Klein slaagde erin de hand te leggen op een medisch rapport, waarin vermeld stond dat de vrouw die zich Caroline (Berthe) Courrière noemde, achtendertig jaar oud was en zeer zonderling gedrag vertoonde, gekenmerkt door ‘onsamenhangende spraak’ en ‘zware hysterie’. Ze werd pas op 6 oktober ontslagen uit het ziekenhuis. Berthe verklaarde zowel aan de politie als aan de dokters dat ze de nacht had doorgebracht in het huis van pastoor Van Haecke, dat ze op de vlucht was gegaan voor zijn ‘zonderlinge handelingen’ en dat ze al haar kleren bij hem thuis had achtergelaten.

‘Berthe wordt door meerdere personen – ook door Joris-Karl Huysmans – een nymfomane genoemd met een voorkeur voor geestelijken. Ze schijnt haar doel bij voorkeur te bereiken met een zinnen prikkelende biechtstonde; in deze context viel ook de naam van de priester-dichter Guido Gezelle, bij wie zij echter bot zou hebben gevangen. Men kan zich afvragen welke zonderlinge handelingen een vrouw met haar ervaring zodanig uit haar evenwicht kunnen hebben gebracht, dat haar gedrag werd gekenmerkt door zware hysterie.’ Guido von List suggereerde ‘een zware anticlimax in geëxalteerde toestand’, maar dat kon volgens Klein niet kloppen: ‘Berthe werd immers reeds afgewezen door een priester. Bovendien heeft ze een onafzienbare reeks minnaars versleten en is ze ook lang geen onbeschreven blad als het op satanistische praktijken aankomt. Dus vraag ik het u nogmaals… Hoe is een tweeënzestigjarige kapelaan erin geslaagd een vrouw met de achtergronden van Berthe Courrière compleet hysterisch op de vlucht te jagen en met een zenuwinzinking in het ziekenhuis te doen belanden, waar zij meer dan een maand werd verpleegd?’

Ludwig Klein had Berthe Courrière ondervraagd over de gebeurtenissen die dateerden van voor zijn komst naar Brugge. Berthe hield de lippen echter stijf op elkaar. Hoewel ze op zowat alle mogelijke andere terreinen de bereidwilligheid zelf was, weigerde ze te praten over haar vreemde avontuur met de kapelaan van de Heilig Bloedkapel, waarmee ze inmiddels wel helemaal in het reine scheen gekomen. Ludwig had ook zijn vriend Huysmans het vuur aan de schenen gelegd, maar Huysmans wilde niet méér kwijt dan dat de figuur van Docre geïnspireerd werd door Van Haecke. Uiteindelijk durfde Ludwig niet langer aan te dringen, uit angst bij de auteur het krediet te verspelen dat hij – als ‘grenzeloos bewonderaar’ – zo zorgvuldig had opgebouwd.

Toen Là-bas verscheen en de associatie Docre-Van Haecke bekend raakte, begonnen de nieuwsgierigen al gauw toe te stromen – zelfs vanuit Parijs. Allemaal wilden ze in de kapel van het Heilig Bloed een priester aan het werk zien, die zich bij nacht overleverde aan de Duivel en het kruis op zijn voetzolen droeg. Het was voor Van Haecke zo goed als onmogelijk geworden zijn functie als kapelaan van de Heilig Bloedkapel nog verder uit te oefenen, maar toch werd hij door zijn superieuren nooit uit zijn ambt ontzet.

‘Omdat zij geen geloof hechtten aan de geruchten en de praatjes van een wuft Frans auteur?’ vraagt Maarten zich.

‘Men heeft gezegd dat Van Haecke met de hele kwestie weinig meer had te maken dan dat hij de verbeelding van Huysmans had geprikkeld,’ antwoordt Lena. ‘Iets met het contrast tussen het mystieke Brugge enerzijds en wat er achter die façade zoal aan zondigheid kon vermoed worden anderzijds. De priester die zo populair was onder het gewone volk, ook al vanwege zijn practical jokes, had zich waarschijnlijk door zijn wat morbide belangstelling voor het occulte laten meeslepen. En daarmee was de kous af.’

‘En Boullan?’

‘Boullan kreeg een doodvonnis thuis besteld, gepost door Guaita die sprak in naam van een rechtbank van Rozenkruisers. De abbé voelde zich zodanig bedreigd en had zoveel vertrouwen in Huysmans, dat hij de auteur een brief schreef waarin hij meldde dat hij werd verstikt door de vervloekingen van de Rozenkruiser. ’s Nachts hoorde hij de zwarte vogel des doods en iedere ochtend werd hij gewekt door het beuken van onzichtbare vuisten tegen de deur. Boullan waarschuwde Huysmans dat Guaita het na de verschijning van Là-bas wellicht ook op hem gemunt zou hebben. Hij overleed de dag na zijn noodkreet aan een hartaanval.’

‘Huysmans heeft de Magische Oorlog toch overleefd?’

‘O ja! Hij paste tegen de toverpraktijken van Guaita een door Boullan voorgeschreven procédé voor. Daarbij werd gebruik gemaakt van exorcismetabletten, met krijt op de vloer getekende pentagrammen, hosties en scapulieren. Maar toch streken onzichtbare machten bij nacht ook al eens met hun koude vingers over zijn gezicht. Toen hij het overlijden van Boullan vernam, schreef hij dit toe aan een envoûtement dat onder de kenners wordt omschreven als nouer l’aiguillette.’

‘En dat is?’

‘Een knoop in je penis leggen.’ Lena grijnst haar scheve grijns en vervolgt: ‘In Le Figaro werd Guaita er door Huysmans van beschuldigd dat hij Boullan op magische wijze het hoekje om had geholpen. De Rozenkruiser eiste genoegdoening. Het duel hoefde allerminst met magische middelen uitgevochten te worden, zei hij. Het kon ook met de blanke degen. De markies liet de brief door twee secondanten aan Huysmans bezorgen, die aandrong op een minnelijke schikking. Guaita bezat immers een geduchte reputatie als duellist, merkwaardig genoeg vooral dank zij de huisgeest die hij in een speciale kast bewaarde. De markies aanvaardde de excuses van de auteur en overleed vier jaar later, op zijn zesendertigste. Er wordt wel eens beweerd dat hij door zijn huisgeest werd gewurgd, maar vermoedelijk stierf hij door overmatig druggebruik.’

Ook deze geschiedenis trekt Maarten na en ook van dit verhaal vindt links en rechts sporen terug in onverdachte bronnen. Sommigen beweren dat Huysmans tijdens zijn excursie van een naturalist in het domein van het bovennatuurlijke niet vrijgepleit kan worden van een mystificatie met betrekking tot Van Haecke. Hij zou evenwel tot op zijn sterfbed volharden in de boosheid. ‘Huysmans schreef over Brugge als over een demonische stad, vanwege haar geheime genootschappen van wat hij “bezetenen” noemde,’ zegt Lena. ‘Zelfs in 1897, na zijn dik in de verf gezette bekering tot de Roomse kerk, hield hij nog vol dat in Brugge, in vervallen heiligdommen uit de middeleeuwen, zwarte missen werden gecelebreerd tijdens blasfemische vergaderingen van jonge mensen.’

‘Ofwel was Huysmans dus een moreel totaal verwerpelijke hypocriete lafaard, ofwel was hij er stellig van overtuigd de waarheid gezegd te hebben over Van Haecke. En heeft Berthe nooit opheldering gegeven over de feiten die zich hadden voorgedaan in het huis van de kapelaan?’

‘Nee… Berthe was een snobistisch gansje dat zich graag ophield in de schaduw van kerels met een aura van belangrijkheid: kunstenaars, politici, witte of zwarte magiërs… Ze deed maar wat graag mee aan de nieuwe modetrend van het occultisme. Want wat stelde dit alles op het eind van de negentiende eeuw méér voor dan een wat naïeve vrijetijdsbesteding voor de betere klassen? Berthe was, beetje nymfomaan, beetje hysterisch, beetje gauwgauw op een sexy satanisch karretje gesprongen. Zij zal zich echt wel een aap geschrokken hebben toen ze geconfronteerd werd met het wàre gezicht van de baarlijke duivel.’

‘Kras,’ mompelt Maarten. ‘Zéér kras… Want het zou betekenen dat die baarlijke duivel echt bestaat en dat Van Haecke haar zijn gezicht heeft laten zien?’

‘Wat kunnen we anders uit deze geschiedenis concluderen, Maarten? Huysmans heeft zijn uitlatingen over Van Haecke nooit herroepen. Hij heeft ze integendeel meer dan eens bevestigd en er zelfs nog wat nadere bijzonderheden aan toegevoegd, die hij nooit gedeeld heeft met zijn blijkbaar wat al te opdringerig geworden superfan Ludwig Klein. Maar kunnen we het daar morgen over hebben, oké? Ik eh… Ik voel me niet zo best.’

Lena houdt, zoals ze dat al van in het begin had gedaan, de teugels strak in handen. Ze zet haar verhaal in scène, regisseert het met vaste hand, en hoezeer Maarten ook protesteert, of welke vragen hij ook stelt over het verband met de verdwenen Rechters… niets kan haar doen afwijken van de route die zij heeft uitgestippeld.

En Maarten, hij kan niets anders doen dan haar volgen.


Klik op de titel voor de beschrijving (Engelstalig) die J.K. Huysmans gaf van de Zwarte Mis die hij had bijgewoond in zijn boek Là-Bas.



2.6.09

Dag van de Misdaad te Antwerpen




Met onverholen trots nodigt het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs je uit op haar eerste Dag van de misdaad. Op 21 juni zullen op 8 historische plaatsen in Antwerpen 24 misdaadauteurs de nieuwsgierige bezoeker zoveel mogelijk hoeken van de kamer van het misdaadgenre laten zien. Onze website www.dagvandemisdaad.be geeft je alvast een voorsmaakje.


Het is een unicum dat schrijvers zelf een festival organiseren maar dat het misdaadauteurs zijn die dit huzarenstuk realiseren mag ons niet verwonderen: we durven meer, lopen niet weg van (organisatorische en andere) verschrikkingen en bepalen graag hoe de plot afloopt.



Kruip nu zelf in de huid van een detective en ontraadsel samen met Patrick Bernauw een misdaad in het humoristische moordspel Commerce Zonder Toekomst. Kruimeldief Julos heeft een tijdje vastgezeten, maar is nu vast van plan op het rechte pad te blijven. Hij is een succesvolle "commerce" begonnen in "antiek en brocante", Brocante Julos genaamd. Zijn grote magazijnen raken al gauw gevuld met "lieve leuke romantische en nostalgische spulletjes" die links en rechts van vrachtwagens en boten, uit vliegtuigen en villa's zijn gevallen. Vroegere celmaten vinden zelfs werk bij Brocante Julos... maar dan loopt het mis!


Helemaal zelf een moordspel spelen en/of organiseren? Dat kan met een handig doe-het-zelf pakket:


Moordspel Doe-het-Zelf Shop

Moordspel "De Moord op het Model"


Of klik gewoon op de titel!







26.5.09

De Tempeliers en het Heilig Bloed van Brugge



Klaarblijkelijk vindt geen enkele kroniekschrijver uit die periode het de moeite waard melding te maken van de stichting van de Orde van Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomon, beter bekend als de Tempeliers. Dat is niet zo verwonderlijk, als men er rekening mee houdt dat de oprichting van de Orde mede geïnspireerd werd door de moord op driehonderd pelgrims en het gevangennemen van zestig anderen en dat de Orde slechts door negen - weliswaar erg vrome - ridders wordt gesticht.
Ongevraagd dienen Hugues de Payens en de Vlaming Godfried van Sint Omaars, de oprichters van de Tempelorde, zich in het Jaar Onzes Heren 1118 aan bij Boudewijn II, neef en opvolger van Boudewijn I, koning van Jeruzalem. Ze beweren in alle armoede, kuisheid en gehoorzaamheid de wegen naar Jeruzalem en de pelgrims te zullen beschermen tegen de mohammedaanse dreiging. Niemand neemt deze dapperen ernstig, behalve de koning dan, die hen meteen een volledige vleugel van zijn paleis ter beschikking stelt, gelegen boven op de funderingen van de oude Tempel van Salomon.
Zonder enige officiële functie of reële macht leggen de negen Tempeliers zich negen lange jaren toe op de grootse taak die zij zichzelf hebben toegewezen. Wat zij daar precies onder verstaan, weten alleen zij. Inmiddels zijn zij wel de enige bewoners van de Tempel, waarvan zij de ondergrondse ruimten ontmantelen. Zo zouden de negen edelen die al hun aardse bezittingen in de steek hadden gelaten, om op zoek te gaan naar het geheim, verborgen in het Allerheiligste van de ruïnes van Salomons Tempel, dit geheim ook gevonden hebben. Het werkelijke doel van de Tempeliers was immers een ongemeen belangrijk en sacraal mysterie in verband met het Allerheiligste, dat ze niet alleen moesten vinden, maar ook moesten overbrengen naar een plek waar het veilig zou zijn.
Na negen jaar keren Hugues de Payens en zijn gezellen terug naar het Westen. Bernard van Clairvaux, een vooraanstaand Frans monnik en prediker, organiseert een triomfantelijke verwelkoming, die herinnert aan het enthousiasme dat Robrecht de Fries ten deel was gevallen toen hij terugkeerde van zijn pelgrimage. Volgens sommige auteurs is het dan ook niemand minder dan Robrecht geweest die de negen ridders na zijn verkenningstocht op weg heeft gezet naar de Tempel van Salomon.
Niemand die er een idee van heeft waar de negen arme ridders al die eerbetuigingen aan te danken hebben. In 1128 schrijft de latere Sint Bernardus de statuten en de regel van de Tempel. Voortaan zullen de Tempeliers iedere dag de mis horen, terwijl ze eenvoudige witte mantels zouden dragen zonder bontkraag en géén modieuze schoenen met een gekrulde punt. Slapen moeten ze in hemd en onderbroek, op één matras, onder één laken en één deken. Eten moeten ze in stilte, uit één nap voor twee man. Drie keer per week mag er vlees op tafel komen. Opstaan doen ze bij zonsopgang, na hard labeur is er een uur extra slaap voorzien... als ze in bed tenminste dertien onzevaders prevelen. 's Vrijdags is het tijd voor penitentie. Jagen is verboden. Behalve op leeuwen dan. En ze mogen alleen hun moeder, zuster of tante kussen.
Nauwelijks enkele weken nadat Bernard van Clairvaux de statuten en de regel van de Tempel heeft geschreven, trekken drie Tempeliers van het eerste uur naar de Kasselberg, waar Robrecht de Fries ooit de hand legde op het graafschap Vlaanderen. Goden horen immers thuis in de hemel, dat is altijd zo geweest... Voor Abraham en voor Mozes, voor de profeten en ook voor Jezus Christus zelf was een heuveltop de beste plek om met God te spreken. Onder koning David kreeg de berg Sion in Jeruzalem een gewijde rol toebedeeld; de berg werd door Salomon werd bekroond met een fabelachtige Tempel. Hugues de Payens, Godfried van Sint Omaars en Payen de Montdidier kiezen de hoogste berg uit die er in Vlaanderen te vinden is. Het geeft hun beklimming een sacraal, symbolisch karakter.
Maar uiteraard valt er van de Tempeliers, die aartsketters, geen spoor te bekennen in de Processie van het Heilig Bloed. Nochtans zou dit Heilig Bloed nooit naar Brugge gekomen zijn, als zij niet naar Jeruzalem waren geweest.
Ook in het gevolg van Diederik van den Elzas zijn geen Tempeliers te bespeuren. In de stoet wordt de graaf van Vlaanderen voorafgegaan door herauten, vendelzwaaiers, muzikanten en de 'gewone' Bruggelingen die de mond vol hebben over de relikwie waarmee hij vandaag zijn Blijde Intrede doet in Brugge, en die niet meer of niet minder is dan het symbool van het Nieuwe Jeruzalem...

Meer lezen? Klik dan op de titel, voor een volledige fotoreportage van de Heilig Bloed Processie editie 2009... met een uittreksel uit "Het Bloed van het Lam".

25.5.09

Klik hier en ontdek het werk van Maryange Tibot... A la decouverte de la Belgique Secrète!


crédits : Abbaye de Westminster


Quelle étrange iconographie que celle-ci. Une vierge barbue généralement présentée en crucifixion comme Jésus.

Fêtée partout en Europe et pourtant disparue des mémoires depuis de nombreuses années, il était temps qu’elle reprenne l’importance qu’elle mérite et le rôle qu’elle a joué en symbolisme durant plusieurs siècles.

Elle eut un culte déterminant dans la région du nord-Pas de Calais et en Belgique et il est légitime de lui rendre sa place dans l’histoire de notre région. Elle est un Tout réunissant grand nombre de convictions idéologiques, de symboles et de légendes. A telle enseigne que l’on préfère penser qu’elle est plutôt représentative d’une erreur d’interprétation.

Je vous souhaite une saine lecture dans les méandres de l’histoire religieuse qui, vous en conviendrez, ici vous amène loin de l’imagerie à laquelle on est habitué.


Livre à paraître en septembre 2009

pour toute pré commande, vous adresser à France Secret.

c/o Odile Martinez

Rue des Déportés 9

B - 7940 Brugelette

00.33.6.65.85.22.86

info@france-secret.com

www.france-secret.com



A la decouverte de la Belgique Secrète - Maryange Tibot:

... traite essentiellement d’une découverte, comme son nom l’indique, d’un pays qui m’est très cher, mon pays d’adoption, la Belgique. J’ai voulu démontrer qu’ici non plus, nous n’étions pas exempts de richesses patrimoniales secrètes en ce qu’elles sont en train de disparaître. S’y mèlent l’alchimie, le symbolisme, le mystère. Tout pour faire une visite différente de ce pays merveilleux. Je tiens également à remercier Pierre Guelff pour m’avoir, gracieusement, donné deux articles passionnants sur Bruxelles et les trésors de Belgique. Pierre Guelff n’a pas à démontrer ses capacités et son intérêt pour ces domaines étranges que sont l’alchimie et le mystère.

Pour commander cet ouvrage, il faut se rendre sur le site de France Secret ou encore télécharger le catalogue afin de trouver un bon de commande et d’acquitter le prix de 15 euros. Il est encore possible de se rendre sur le site d’Amazon où mes ouvrages sont en vente également.


17.5.09

Stichting Frieda, Topcrew, Ebion... en Karl Hammer-Kaatee

Karl Hammer-Kaatee laat regelmatig vermelden dat de opbrengsten van zijn boek Satans Lied (zie een vorige post) naar een goed doel gaan, namelijk de Stichting Frieda. Dit lijkt bijzonder lovenswaardig. Het zou evenwel nog lovenswaardiger zijn, mocht Karl Hammer-Kaatee de opbrengsten van zijn werk schenken aan een goed doel waarbij hij niet in een of andere functie betrokken is. En het zou pas écht lovenswaardig zijn als hij ook niet overal ging rondtoeteren dat al zijn inkomsten uit Satans Lied naar een goed doel gaan. ("Het boek is niet geschreven om mijn zakken te vullen. Ik krijg persoonlijk geen cent van de opbrengst. Alles gaat naar een goed doel. (...) Wat zou mijn spiritualiteit waard zijn als mijn integriteit te koop is?" - Uit een interview met Frontier, januari/februari 2008.)

"Karl is werkzaam voor Stichting Frieda www.frieda.nl waar hij zich inzet voor diverse goodwillprojecten," lees ik op http://www.uitgeverijelmar.nl/auteur.asp?auteurnr=940 (de site van zijn uitgeverij). Nu is een Nederlandse Stichting vergelijkbaar met een Belgische Vereniging Zonder Winstoogmerk. Nogal wat artiesten zijn "in dienst" van hun eigen vzw en worden door die vzw ook een maandloon uitgekeerd. Dit is volstrekt bona fide en een courante praktijk, maar het zegt helemaal niets over de altruïstische motieven van de schrijver, integendeel. Nogal wat artiesten gebruiken dit soort constructies immers ook om belastingen te ontwijken. Let wel: ik schrijf niet "ontduiken", maar "ontwijken" - wat alweer perfect legaal is.

De website van Stichting Frieda, Dienstverlening in Rust & Ruimte (http://www.frieda.nl) is momenteel offline. De copyright vermelding spreekt van 1998, hernieuwd in 2007... Blijkbaar is de website dus al twee jaar niet bijgewerkt. Of er nog veel diensten worden verleend "in Rust & Ruimte" is dus zeer de vraag.

Op het forum van Terug Naar De Bron (http://www.terugnaardebron.com) werd een klein onderzoekje ingesteld naar een van de vele mediabedrijven waar Hammer-Kaatee bij betrokken is (geweest?). Topcrew (http://www.topcrew.nl) was ook ingeschreven op het filmfestival van Cannes, Hammer-Kaatee verbleef daar toen in het peperdure viersterrenhotel Sofitel Mediterranee. Hij wordt ook als filmfinancier vermeld, samen met giganten als ABN Amro en Pierson. Opmerking van de poster: "Dit alles smeekt natuurlijk om de vraag waar iemand die zogenaamd met een obscure stichting in een achterstandwijk van Breda zit, het geld vandaan haalt om naar het duurste en grootste filmfestival ter wereld te gaan en hoe hij terechtkomt tussen namen van financiële giganten..."

Ik zou hierbij ook een sarcastische opmerking kunnen maken over de rust & ruimte die verstrekt worden in een viersterrenhotel in Cannes, maar dat doe ik uiteraard niet. Liever citeer ik nog een stukje uit het Frontier interview, over de rijkdom van de Kerk: "Het probleem van Tom, en van mij, zat hem er in dat er erg veel geld werd uitgegeven aan pracht en praal. Ik heb daarover het laatste jaar diverse gesprekken gehad met belangrijke geestelijken. Niet alleen katholieken, ook uit andere religies."

Topcrew is nauw gelieerd met United Broadcast Facilities en uitgeverij Elmar. Een puur commerciële onderneming, en blijkbaar ook een Stichting: "Stichting Topcrew KvK nr. 41225401" (zie www.topcrew.nl).

Uit het reeds geciteerde Frontier interview:
En nu? Leef je nu een leven in stijl met Franciscus van Assisi?
Nee, ik leef in de stijl van Ebionieten (Ebionieten leven volgens de leringen van Jezus; in principe was Jezus de eerste Ebioniet.)


Een ander mediabedrijf van Hammer-Kaatee is http://www.ebion.eu . Volgens de reeds geciteerde website van Uitgeverij Elmar heeft hij daar "zijn activiteiten op het gebied van kunst, fotografie en documentaires" ondergebracht.

Copy/paste van de website:

"Ebion is a well-connected and reliable authors' agency that brings the work of writers and content creators to the attention of publishers and film/TV producers. We handle story material for books, documentaries and films, and offer a secure database to store ideas and concepts (formats) for television programmes. Currently, we handle primarily English and Dutch/Belgian authors but this is due to extend in 2008 to more EU countries, including Germany, France, Italy and Spain. Ebion has been founded by journalist, writer and director Karl Hammer as an extension to his work in the media industry, which spans over 20 years."

"Ebion media is part of media organisation Topcrew, founded by journalist, writer and director Karl Hammer Kaatee. Karl is a highly experienced media professional. During his 20 years in the media business, he has worked for Dutch public broadcaster AVRO, Joop van den Ende productions/Endemol, RTL, Pearson International and the Kirch-Gruppe, among others. He began his career as a production assistant and rose to become a multi-faceted media talent and author. Recently published works are Satan's song and The tears of the wolf. Karl's experience and expertise therefore enables him to be fully in tune with the needs of producers while also understanding the painstaking journey that newcomers to the world of publishing and production companies often have to undertake to establish themselves."

Ebion is met andere woorden een puur commercieel mediabedrijf, nauw verbonden met Topcrew, dat als agentschap sensationele ideeën "verzamelt", promoot en eventueel ook produceert. Het heeft een "veilige database" waar ook jouw concepten, formats en verhaalideeën voor tv-programma's kunnen opgeslagen worden. Combineer dit met de vaststelling dat meer dan 3/4 van het verhaalmateriaal uit Satans Lied bewijsbaar tweedehands is - het komt nu eenmaal in àndere boeken voor, die eerder verschenen - dan krijg ik daar alvast een zeer vieze smaak van in de mond. Voor de rest moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken waarom een dergelijk bedrijf vernoemd werd naar een spirituele secte, die van de Ebionieten (google ze maar even, of probeer het met het Engelse "Ebionites") waarover Hammer-Kaatee het ook in zijn boek heeft en waarmee hij banden zou hebben. Ik kan er in ieder geval geen goeie reden voor bedenken, tenzij een zeer cynische.

Bij wijze van uitsmijter volgt hieronder een copy/paste van de pagina waar een beloning van 25.000 euro wordt uitgeloofd voor wie een code kan breken die naar een nazi-schat zou leiden (http://www.detranenvandewolf.nl/beloning.html) - en dit naar aanleiding van het boek "De Tranen van de Wolf" van Karl Hammer-Kaatee. Ik heb niks tegen een goed schatverhaal, integendeel. En ik heb ook niks tegen een goeie mediastunt. Ik heb alleen iets tegen doorzichtige barnum-promotieacties, tegen schreeuwerige hypes, tegen sensationele toestanden die niks met literatuur te maken hebben en er alleen moeten toe dienen een boek verkocht te krijgen. Bovendien vind ik het, zelf al 20 jaar in de "mediabusiness" actief, "out of character" dat je je enerzijds profileert als "spiritueel auteur" en er anderzijds niet voor terugschrikt plat-commerciële technieken te hanteren. Hammer-Kaatee weet drommels goed hoe hij een mediacampagne moet opzetten, zie ook zijn aanwezigheid op binnen- en buitenlandse fora. Hoeveel pseudoniemen heeft hij daarbij gebruikt? Hoeveel "medewerkers" ingezet? Hoeveel mediabedrijven? Hoeveel "webredacties"?

Karl Hammer-Kaatee in Frontier:
Ik sta bijvoorbeeld ongetwijfeld niet alleen in mijn idee om een spiritueel retraiteoord te willen vestigen.

En hier is de beloofde copy/paste:
Terwijl de Russen in april 1945 bloedig hun weg vochten door Berlijn, brachten de nazi's snel een lading goud en de persoonlijke diamanten van Hitler naar een geheime locatie. Het was de bedoeling om hiermee de terreurgroep Werwolf te financieren. Tijdens de laatste uren van de strijd gaf Hitlers secretaris Martin Bormann een gecodeerd document met runentekens aan een aalmoezenier om het naar partijboekhouder Schwarz in München te brengen. Op het document zou de locatie staan beschreven van het goud en de diamanten. Schwarz was echter al door de geallieerden gearresteerd en Bormann overleefde de Russische aanval niet.

Authentiek document.
Ruim zestig jaar later kwam het document bij toeval in handen van onderzoeksjournalist Karl Hammer Kaatee. Het had zich al die tijd onopgemerkt in de nalatenschap van de aalmoezenier bevonden. Hammer Kaatee is er van overtuigd dat het authentiek is. "Ik heb er alle begrip voor dat sommige mensen twijfels hebben, maar mijn onderzoek toonde aan dat het papier, de typografie en de doorslag van de letters zonder meer geloofwaardig zijn. Bovendien komen de runentekens overeen met de stijl die Bormann zou gebruiken". Voor Hammer Kaatee restte alleen nog de vraag hoe de code in elkaar zat en of de buit nog terug te vinden zou zijn.

Naar de huidige waarde van het goud en de diamanten kan men volgens Hammer Kaatee slechts gissen. Dat het om een gigantisch bedrag moet gaan staat voor hem vast. "Hitler had de mooiste en beste diamanten in zijn bezit. Volgens mijn informatie stonden die bij zijn intimi bekend als 'de tranen van de wolf' en zijn op zich al een vermogen waard."

Niod Gerard Aalders.
Dat de buit nog altijd ergens op ontdekking ligt te wachten is zeer waarschijnlijk volgens historicus Gerard Aalders van het NIOD die door Hammer Kaatee werd benaderd. Samen concludeerden zij dat er immers nog altijd schatten van de nazi's worden gevonden, zoals de grote kunstbuit die in 2006 in Zwitserland werd opgespoord waar ze door de nazi's was verstopt.

Beloning.
Een jaar lang beet Hammer Kaatee zich vast in de code en hoewel hij het grootste deel wist te ontcijferen, lukte het hem niet om de bergplaats te vinden. Speurend in Duitsland raakte hij er van overtuigd dat hij iets over het hoofd zag. Vanwege contractuele verplichtingen voor een nieuw boekproject dat in februari van start gaat ontbreekt hem de tijd om zijn zoektocht voort te zetten. Daarom looft hij nu een beloning uit om het laatste deel van het raadsel op te lossen. Om de speurders op weg te helpen heeft hij uitgeverij Elmar bereid gevonden om zijn dossier in boekvorm te publiceren. "In 2006 wist een groep amateurs op initiatief van de violist Stefan Krah een code uit de Tweede Wereldoorlog te breken waar zelfs de beste cryptografen niet in slaagden. Ik hoop dat het zelfde ook mogelijk is met deze code", aldus Hammer Kaatee.

Premievoorwaarden
Aan de uitkering van de beloning worden voorwaarden gesteld waar in hun geheel aan moet worden voldaan.

# Er wordt alleen uitgekeerd wanneer het goud en de diamanten daadwerkelijk en tastbaar getoond worden. Karl Hammer Kaatee zal op geen enkel moment genoodzaakt zijn om zelf handelingen te verrichten of reizen te ondernemen tot het bezichtigen van het goud of de diamanten.
# De echtheid van het goud en de diamanten dient door een onafhankelijke expert te worden bevestigd.
# Karl Hammer Kaatee wil op geen enkele wijze betrokken zijn bij mogelijke (internationaal) criminele of moreel laakbare handelingen. Het verkrijgen van het goud en de diamanten dient derhalve hiermee in overeenstemming te zijn.
# De uitleg van de gehele code van de 'pastoorbrief' uit het boek "de tranen van de wolf" moet rationeel en begrijpbaar zijn, zodat deze uitleg onderbouwt wat de feitelijke bergplaats van het goud en de diamanten is geweest en waar dus het goud en de diamanten nu zijn gevonden.
# Karl Hammer Kaatee legt geen enkele claim op het gevonden goud of de diamanten.
# De vinder(s) van het goud en de diamanten gaan er evenwel mee akkoord dat hun verhaal over het ontcijferen van de code en het verkrijgen van het goud en de diamanten exclusief aan Karl Hammer Kaatee wordt meegedeeld en dat hij het exclusieve recht heeft om op basis van dit verhaal een vervolg te publiceren op zijn boek "de tranen van de wolf".

Vindt u dit wat al te zeer een knip-en-plak artikel? Mmm... Is het ook. Helemaal in de stijl van Karl Hammer-Kaatee met andere woorden. Zij het wel met bronvermelding.

12.5.09

Peter Voorn, het cryptogram van het Schaap van God & Satans Lied

Naar aanleiding van mijn boek "Het Bloed van het Lam" werd ik een tijdje geleden gecontacteerd door de Nederlandse Lam Gods deskundige Peter Voorn. Tot dusver werd er in het gekrakeel rond de mysteries van het Lam Gods al te weinig aandacht geschonken aan zijn onderzoek van Peter Voorn, een euvel dat ik met dit artikel enigszins zal proberen goed te maken.

Peter Voorn kreeg in 1999 een beurs van het Nederlandse Prins Bernhard Fonds om een maand onderzoek te doen in Konstanz en Italië. In dezelfde periode publiceerde de Belgische journalist Eric Bracke twee artikels over zijn werk, die ook terug te vinden zijn bij de Persberichten van de SpeuRRsite:

Het verborgen thema in het vredige Lam Gods, De Morgen, 7 december 1998
Duistere logica in grondplan "Lam Gods", De Morgen, 8 december 1998

Op zondag 13 december 1998 was Peter Voorn te zien in een 15 minuten durend televisie interview, uitgezonden door de VRT, samen met de bekende Belgische kunsthistoricus Roger Marijnissen. De opnamen werden gemaakt voor in het kader van het programma De Zevende Dag. In 1999 publiceerde hij dan The Ghent Altarpiece and the Councel of Constance in het prestigieuze Jahrbuch der Oswald van Wolkenstein Gesellschaft en in 2000 maakte hij samen met de Gentse kunstenaar Luk Gobijn de Lam Gods documentaire De ladder, het konijntje en de bierviltjes. Deze anderhalf uur durende video-documentaire maakte deel uit van de kunstinstallatie Quartier Baraque Friture.

In 2002 publiceerde Eric Bracke opnieuw een artikel over het onderzoek van Peter Voorn, deze keer in De Standaard: Een stoutmoedige zoektocht naar het "Lam Gods", een ketters kaartenhuis. Van Peter Voorns onderzoek naar de verdwenen Rechters en de verborgen levensboom op het altaarstuk bestaat ook een drie uur durende filmopname, in juli 2002 gedraaid door twee Amsterdamse documentairemakers.

Het Schaap & de Appel: To Milo!

Toen Peter Voorn mij een paar weken terug opbelde, viel hij al meteen met de deur in huis door te stellen dat het lam van het Lam Gods geen lam is, maar een eenjarig schaap. Hij ziet in het centrale paneel dat bekend is geworden als "De Aanbidding van het Lam" een weergave van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op het concilie van Konstanz (1414-1417) en hij schreef hierover een spraakmakend artikel in het Oswald van Wolkenstein Jaarboek nr. 11, 1999. De Gentse kunstenaar Luk Gobijn maakte hierover ook samen met Voorn een anderhalf uur durende documentaire film, die te zien was in het kader van de reizende tentoonstelling ”Quartier Baraque Friture”, zowel in Gent, Oostende, Dendermonde als in Antwerpen.

Het concilie van Konstanz kenmerkte zich door drie zaken:
1. Men wilde een einde maken aan het kerkelijk schisma. (Er waren op dat moment niet minder dan drie pausen!)
2. Een proces tussen Bourgondië en de Armagnacs vanwege de moord op Lodewijk van Orléans.
3. De gevangenname en veroordeling van de Boheemse hervormer Jan Hus.

Voorn gaat er vanuit dat er niet zomaar voor een schaap (symbool van de onschuld) werd gekozen. Op het concilie was een Griekse delegatie aanwezig en de Griekse taal werd uitvoerig bestudeerd. Nu is "het schaap" in het Grieks "To Milo"... of ook: "de appel". Het schaap op het beroemde Gentse Altaarstuk verwijst op die manier indirect naar de appel van Adam en Eva, een reden waarom onze oerouders volgens Voorn aan de zijkant van het Lam Gods afgebeeld zijn.

De Twistappel & de Venusster

Op het concilie van Konstanz waren zo’n 1400 hoeren aanwezig die op de vele duizenden gasten afkwamen. De aanwezige humanisten mompelden dan ook dat het concilie werd geregeerd door de liefdesgodin Venus.

Wanneer men nu een appel doormidden snijdt, zo betoogt Voorn, vindt men de Venusster. De appel is dus de Griekse twistappel, die door de godin Eris tijdens een bruiloftsmaal tussen de bezoekers werd gegooid. De herderszoon Paris pakte de gouden appel op en las dat die “voor de mooiste” bedoeld was, d.w.z. voor de mooiste aanwezige godin. Paris moest kiezen tussen de godinnen Hera, Pallas Athena of Venus... en gaf de appel terecht aan de laatste (omdat iedere appel haar ster bevat als je hem doormidden snijdt). De ster Venus (Aphrodite) is in de Oudheid altijd een "twistappel" geweest; men was immers niet zeker of het om een Avond- of Morgenster ging. Toen Venus de appel ontving, kreeg Paris van haar als beloning de liefde van de mooiste vrouw op aarde, de schone Helena. Maar tegelijk brak wel de Trojaanse oorlog uit...

Het schaap op het middenpaneel, de twistappel, verwijst volgens Voorn in de eerste plaats naar het 15e eeuwse schisma, de verbranding van Hus en het uitbreken van de Hussietenoorlogen; in de tweede plaats naar het proces tussen Jan Zonder Vrees en de advocaten van de tegenpartij, de Armagnacs. Volgens de humanisten op het concilie had Bourgondië namelijk ook een twistappel tussen de partijen gegooid (de moord op Lodewijk van Orléans). Het verklaart volgens Voorn tevens de aanwezigheid van de Sibille-panelen aan de buitenzijde die tegelijk ook weer verwijzen naar de Trojaanse oorlog.

In de altaarkelk ziet Voorn niet in de eerste plaats een Graalbeker, maar de kelk die in relatie staat tot de onschuldig veroordeelde hervormer, de zogenaamde "ketter" Jan Hus (hij was het allegorische schaap in deze strijd). De "lekenkelk" was immers een hot item op het concilie van Konstanz. En Jan Hus werd in Konstanz op een brandstapel gezet, geplaatst op een weide die men de Paradijsweide noemde...

Kabbala, Gulden Vlies & de Tarot

In een drie uur durend filmverslag vertelde Peter Voorn in 2002 uitvoerig over de verborgen levensboom op het altaarstuk. Hoe deze levensboom van oorsprong ontsproot uit het verloren Helpaneel en vandaar doorliep via het (centrale) conciliepaneel naar het Christus Koningpaneel. Het Lam Gods is volgens Voorn dan ook innig verstrengeld met de kabbala en de 10 emanaties van de joodse sefirot of levensboom.

In de film brengt Voorn, door kruis- en sterverbanden getekend op bierviltjes, het schaap in verband met de getallen 10, 7, 13, 19, 21 en 50, om dan uit te komen bij het Gulden Vlies. Dit onderliggende grondplan, de joodse kabbala en de Davidster leiden Voorn uiteindelijk naar een interpretatie van het geopende Lam Gods als zijnde de oudste geschilderde voorstelling van de Tarot. Het is als het ware een rechtstaand kaartenhuis, waarbij het paneel van de Rechtvaardige Rechters de kaart van Justitia voorstelt, de Heremieten zowel in de tarot als op het Lam Gods terug te vinden zijn, de over de rand stappende Adam als de Nar geduid wordt, het muzikantenpaneel met raderen de tarotkaart van het Rad voorstelt, enzovoort. Peter Voorn is dan ook niet voor niets al jaren betrokken bij de IPCS, de International Playing Card Society, die ondermeer historisch onderzoek doet naar tarotkaarten.

Karl Hammer-Kaatee & Jeanne d'Arc

Een van de redenen waarom ik "Satans Lied" van Karl Hammer-Kaatee compleet ongeloofwaardig vond, lag hem in het gegeven dat de ideeën of pistes die in het boek werden toegeschreven aan ene "Tom R." voor zowat 75% afkomstig waren uit het onderzoek en/of het werk van - onder meer - Karel Mortier, Paul de Saint-Hilaire, Baigent, Leigh & Lincoln, Lynn Picknett, Clive Prince en ondergetekende... en dit alles zonder de minste bronvermelding. Het was dan ook mijn stelling dat de "non-fictie" van Karl Hammer-Kaatee grotendeels was overgeschreven uit andere boeken en slechts een paar "nieuwe" inzichten of wendingen bevatte: de link met de CIA, de Arma Christi, Jeanne d'Arc.

Jammer genoeg voor Hammer-Kaatee waren precies deze "nieuwe" inzichten ook de minst geloofwaardige. Voor het fysieke bestaan van Tom R. en de link met de CIA (zie ook de vette slogan op de cover) werd niet één materieel bewijs geleverd. Het verband tussen de Arma Christi en het Lam Gods werd gelegd op basis van weinig meer dan een element, gedeeltelijk ontleend - uiteraard alweer zonder bronvermelding - aan Paul de Saint-Hilaire. Een schier eindeloos aantal andere kunstwerken bevat véél méér verwijzingen naar de Arma Christi dan het Lam Gods, maar uiteraard wordt daar met geen woord over gerept. Het Lam Gods, RLC enz... nogmaals in verband brengen met de Graal of de Lans van Longinus zou zelfs voor Hammer-Kaatee wat al te gortig geweest zijn, dus moesten het maar de Arma Christi wezen.

En dan was er nog Jeanne d'Arc die zou figureren op het paneel van de Milites Christi. Wat zij daar precies kwam doen, en waarom dat zo moest zijn, en wat het verband was met de Milites Christi, de rest van het Lam Gods, de figuur van Jan Van Eyck, enzovoort... Karl Hammer-Kaatee - of tot het bewijs van het tegendeel geleverd is: zijn fictieve Tom R. - vertikte het de stelling een context mee te geven, te onderbouwen, verder te duiden, het journalistieke basisprincipe van check & double check toe te passen... en reduceerde de verhaallijn op die manier tot een compleet ongeloofwaardige uitsmijter van de vriendin van Tom R., Elfrie.

Wie een beetje vertrouwd is met het onderzoek of de ideeën van Peter Voorn snapt evenwel meteen wat hier aan de hand is. Karl Hammer-Kaatee heeft een Voornse klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt - omdat hij de context mist. Dit blijkt ook min of meer over de opmerkingen die hij zijn protagonist(en) laat maken over Jan en vooral Hubert Van Eyck, over de Hussieten en andere hypothesen die terug te vinden zijn in het onderzoek van Peter Voorn. Aan Erik Bracke verklaarde Voorn reeds in 2002 waarom, volgens hem, Jeanne d'Arc op het paneel met de strijders van Christus terecht was gekomen - een verklaring die niet in het artikel van Bracke terecht kwam, maar wel door twee Amsterdamse filmmakers werd vastgelegd, vier jaar voor Satans Lied verscheen. De Franse maagd past overigens ook uitstekend in het historisch raamwerk dat Voorn al schetste in het jaarboek uit 1999... informatie waarover Kaatee wellicht niet beschikte, of die hem ook niet bekend was, zodat de Maagd van Orléans enigszins plompverloren in zijn bij elkaar gejat boek wordt gedropt - altijd leuk voor het effect, zo'n deus ex machina, maar geloofwaardiger wordt het er niet meteen op.

Het Cryptogram

Het Lam Gods is overduidelijk een "cryptogramschilderij", concludeert Peter Voorn na zijn jarenlang onderzoek, waarin hij is overgegaan tot een minutieuze beschrijving van alle panelen, personen, planten, torens en hun achterliggende allegorische betekenisvelden. Na een aanvaring met een Groningse hoogleraar stopte hij in 2005 met zijn werkzaamheden, en hij noemt het dan ook "zeer pijnlijk voor de academische wereld" dat resultaten van zijn onderzoek, zonder enige bronvermelding, nu te lezen staan in boeken en op internetfora, naast "oppervlakkig onderzochte stellingen" en "gestolen bevindingen van wetenschappers".

Over cryptogrammen gesproken... Peter Voorn ziet die ook opduiken in de figuur Tom R. van Karl Hammer-Kaatee, en in de naam van de "auteur" zelf. Tom R(iddle) is inderdaad een anagram van "Mort" (Dood), zodat Karl Hammer Kaatee de waarheid spreekt als hij verklaart dat Tom R. dood is. En volgens Voorn behoorden de initialen H.K. toe aan de schilder Hans of Albrecht Krutli uit Konstanz die hij identificeert als de schilder Hubrecht (Hubert), wiens initialen meermaals op het Gentse Altaarstuk werden teruggevonden. "Katee vond het bij de publicatie van zijn boek gepast ook de naam van zijn pleegvader Hammer aan de zijne toe te voegen, zodat zijn initialen ineens ook als H-K een begrip werden," zegt Voorn. En hij vraagt zich daarbij in één adem af: "Toeval? Of hebben we gewoon met platte schatgravers te maken die met andermans veren pronken?"

16.4.09

Satans Lied, de jacht van de CIA op Jezus


In 2006 verscheen bij uitgeverij Elmar het boek Satans Lied van de Nederlandse auteur Karl Hammer-Kaatee. Het boek wordt uitdrukkelijk gepresenteerd als een "waargebeurd verhaal", een "getrouwe weergave van feiten en omstandigheden". Het bestaat volledig uit het relaas van Tom R., een jongeman die bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kunstgeschiedenis studeert in Londen en daar betrokken raakt bij de inlichtingendienst. Aan het eind van de oorlog krijgt hij een positie bij de Art Looting Investigation Unit, die de kunstroof van de nazi's onderzoekt. Op die manier raakt Tom R. betrokken bij de diefstal van de Rechtvaardige Rechters; het is zijn opdracht uit te zoeken of de nazi's het paneel hebben gevonden. De sporen leiden Tom naar de zogenaamde Arma Christi en "de donkere afgrond van religieus fanatisme en het occulte nazi-gedachtegoed".

Omdat ik al te zeer verstrikt zat in de research voor en het schrijven van mijn eigen historische faction thrillers, heeft het tot nu geduurd voor ik het boek begon te lezen. Waarbij ik voortdurend een déjà lu gevoel kreeg. Hier volgen dan ook enkele bedenkingen:

1./ Enerzijds wordt het boek gepresenteerd als een roman, anderzijds - en heel expliciet zelfs - als "een waargebeurd verhaal". Ik ben de laatste om bij die vaagheid (noem het "faction", voor mijn part) vraagtekens te zetten, aangezien ikzelf een liefhebber én beoefenaar ben van het genre. Maar of men nu een roman pleegt, dan wel een waargebeurd verhaal, dit ontslaat de auteur niet van de morele - en zelfs juridische - verplichting een bronvermelding mee te geven als hij het werk van iemand anders gebruikt. Het is volstrekt ongeloofwaardig, verhaaltechnisch gesproken, dat Tom R. zijn verhaal uitsluitend zou doen op basis van parate kennis en zelf meegemaakte feiten, en dat hij uitsluitend eigen ideeën zou ventileren. Uiteraard, als researcher, zou hij ook zo zijn bronnen moeten gehad hebben, bronnen die hij raadpleegt, waaruit hij citeert, enz... Dit gebeurt in "Satans Lied "op geen enkel moment, en het is één van de punten die het relaas van Tom R. - of beter gezegd: van Hammer-Kaatee - er niet geloofwaardiger op maken, integendeel.

2./ Ik ontken niet dat "Satans Lied" een aantal nieuwe pistes aanbrengt (de Arma Christi, hier en daar iets in verband met de dood van Goedertier, de link naar de CIA,...). Maar om "Tom R." als een geloofwaardige "feitelijke" vertelinstantie te beschouwen, bevat zijn relaas al te veel passages die linea recta terug te leiden zijn naar passages uit:

A./ de sinds de jaren zestig gepubliceerde dossiers van commissaris Karel Mortier met betrekking tot de diefstal van de Rechtvaardige Rechters;
B./ mijn boek "Mysteries van het Lam Gods" uit 1991, met betrekking tot bijvoorbeeld het doorzagen van de panelen of de "Nazi Plot";
C./ een aantal boeken van Paul de Saint-Hilaire uit de jaren zeventig, met betrekking tot de occulte verbanden rond Van Eyck en het Lam Gods, of de link met de Tempeliers, waarop ik mij - met bronvermelding - heb gebaseerd in "Mysteries van het Lam Gods" en in "Het Bloed van het Lam" uit 2006;
D./ het werk van Lynn Picknett en Clive Prince, om uiteraard nog te zwijgen over Gerard de Sède en Baigent, Leigh & Lincoln;

Ik kan mij onmogelijk voorstellen dat, als Tom R. een mens van vlees en bloed zou zijn geweest, hij niet even zou zijn blijven stilstaan bij het werk van Mortier vanaf de jaren zestig, bij het werk van de Saint-Hilaire vanaf de jaren zeventig (dat heel erg dicht in de buurt kwam van Toms zogenaamde bevindingen), bij mijn boek uit '91 (dat voor een groot deel hetzelfde spoor volgde)... en dat hij al helemaal met geen woord zou reppen over Baigent, Leigh & Lincoln of het wereldwijde succes van Dan Brown. Het is volstrekt ongeloofwaardig dat al deze hypothesen en hun auteurs, al deze maatschappelijke fenomenen zelfs (ik heb het dan over BLL & Brown)... dat dit alles voor Tom R. schijnbaar niet blijkt te bestaan. Hij zou op zijn minst toch even vermeld hebben tot welke wereldwijde bestsellers zijn desinformatie zoal heeft geleid?

Tegelijk met "Mysteries van het Lam Gods" heb ik, in het begin van de jaren negentig, een paar artikelen gepubliceerd in het tijdschrift Kreatief, waarin ik toen reeds de link legde tussen de Rechtvaardige Rechters, het Heilig Bloed van Brugge en Rennes-le-Château (zie ook "Het Bloed van het Lam", dat tegelijk verscheen met "Satans Lied" en dat op deze artikelen is gebaseerd). Als Tom R. het al niet nodig vond hier even bij te blijven stilstaan, dan zou "verslaggever" Karl Hammer-Kaatee op zijn minst de beweringen van Tom R. even moeten gecheckt hebben, en dan zou hij geconstateerd moeten hebben dat wat hij in 2006 publiceert als zijnde het authentieke relaas van Tom R., geheel of gedeeltelijk al eerder was gezegd in boeken verschenen én tijdens de jaren zeventig, én tijdens de jaren negentig. Louter journalistiek gesproken - en "Satans Lied" pretendeert toch een soort biografie te zijn? - slaat dit gewoon nergens op.

Als Tom R. en zijn Ebionieten geen fictie zijn, dan zouden zij gemerkt hebben dat de Saint-Hilaire reeds vóór Baigent, Leigh & Lincoln dicht in hun buurt kwam, en dan zouden zij ook gemerkt hebben dat de link Lam Gods/RLC al in de vroege jaren negentig was gelegd. Maakt Tom R. hier melding van? Nee, dat doet hij niet. Het ontmaskert hem als een fictie van Karl Hammer-Kaatee, die het - als "journalist" - niet eens nodig heeft gevonden het verhaal van Tom R. te checken, en de bronnen te vermelden die vóór Tom R. zijn verhaal deed reeds hetzelfde vertelden. Baigent, Leigh & Lincoln zijn voor minder een plagiaatproces gestart tegen Dan Brown.

Iemand die een onderzoek instelt en verslagen maakt, zoals Tom R., citeert nu eenmaal uit bronnen, documenten, boeken, andere rapporten. Tom R. doet dat nooit waar het moderne bronnen betreft. En stel dat Tom R. dit in zijn gesprekken met Hammer-Kaatee nooit gedaan zou hebben, dan was het de verdomde plicht van "ghostwriter" Hammer-Kaatee om het relaas van Tom R. te verifiëren door er een aantal boeken op na te slaan.

3./ Stijl- en vormtechnisch verraadt Hammer-Kaatee al te vaak dat hij bezig is met fictie. De zogenaamde interviews van Rosenberg bijvoorbeeld: waar hebben Tom en/of Rosenberg al die informatie vandaan? Hoe zijn zij daarachter gekomen? Hier wordt héél snel overheen gefietst, wat de claim van Hammer-Kaatee/Tom R. als zouden deze passages uitsluitend ontleend zijn aan verklaringen van Rosenberg en de parate kennis van Tom R. zéér ongeloofwaardig maakt. "Le Matin des Magiciens" van Pauwels & Bergier verscheen al in 1960 en al wat Rosenberg zogezegd aan Tom R. verteld zou hebben, kon je al dààr en toén al lezen... en sindsdien in tientallen andere boeken.

Elfrie die zomaar voor de vuist weg vanaf pagina 297 uit het blote hoofd het verhaal van Jeanne d'Arc vertelt, met alle details erop en eraan... Kom nou. Zinsneden als "De volgende morgen aan het ontbijt bespraken Elfrie en ik de situatie rond de CIA." (pagina 342) - Ziet u ze daar al zitten, aan het ontbijt, de situatie rond de CIA besprekend? Hoe zou Tom R. zich overigens een halve eeuw later herinneren dat ze die ochtend, aan het ontbijt, de situatie rond de CIA bespraken? Zuiver stilistisch en vorm- en verhaaltechnisch gesproken, is dit fictie op het niveau van een slecht jongensboek uit de jaren vijftig... omdat deze passage, als fictie dus - maar a fortiori als een verslag van "feiten" - compleet ongeloofwaardig is. Niemand herinnert zich vijftig jaar na datum dat hij/zij dààr en dàn bij het ontbijt efkes "de situatie rond de CIA" besproken heeft. Als Karl Hammer-Kaatee een beter romancier was geweest, had hij deze scène geloofwaardiger uitgewerkt. En als hij een beter journalist was geweest, had hij zijn bronnen gecheckt én dubbel gecheckt. Maar de "auteur" heeft geen van beide gedaan, omdat hij geen van beide is: geen goed romancier en geen goed journalist. Het enige waar hij goed in is, dat is citeren uit en parafraseren op andermans werk, zonder bronvermelding.

Karl Hammer-Kaatee heeft ongetwijfeld een paar nieuwe denkpistes geopend - een paar, niet meer. Maar hij heeft dit gedaan op een manier die ik, moreel gesproken, en als schrijver van fictie, non-fictie en faction, compleet onaanvaardbaar vind.

Omtrent het Heilig Bloed en de Arma Christi

Rondsnuffelend op Wikipedia kwam ik hier terecht:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Heilig_Bloed

In verschillende kerken worden relieken van het Heilig Bloed bewaard, maar nergens zo gedocumenteerd en met zo'n lange en rijke traditie als in Brugge. In het Franse Fécamp lijkt de reliek mij ook in de eerste plaats legendarisch van aard (een loden doosje dat door de stam van een vijgeboom vanuit het Heilig Land zou zijn komen aandrijven), terwijl er in Brugge een duidelijke historische onderbouw voor is. Tot mijn grote verbazing heeft in Nederland de Sint Petrusbasiliek in Boxmeer ook een reliek van het Heilig Bloed.

Wat de Arma Christi betreft... die zouden, samen met eveneens een Heilig Bloed reliek, voor Lodewijk IX de heilige aanleiding geweest zijn voor het bouwen van de Sainte-Chapelle in Parijs. Naast het Heilig Bloed, werden er ook de Doornenkroon, het Ware Kruis, de Spijkers, de Lans, de Spons, de Zweetdoek, het Purperkleed en het Victoriekruis bewaard. Tijdens de Franse Revolutie zouden deze relieken evenwel verloren geraakt zijn.

Eindelijk ook een foto gevonden van de "demonische kapelaan van de Heilig Bloedkapel", Louis Van Haecke, die model stond voor J.K. Huysmans' satanische opperpriester in zijn schandaalboek Là-Bas:

11.4.09

Rennes-le-Château News Feed



rennessence is the RSS News Feed that keeps you up to date with all the latest and greatest developments in the solution of the enigma of Rennes-le-Château. At the end of the 19th century, Bérenger Saunière, a poor village priest in the south of France discovered something that made him a rich and powerful man. This RSS News Feed is dedicated to giving you all the resources needed in your exploration of this fantastic tale.

rennessence is an initiative of www.rlcresearch.com and is powered by RLC Research, Société Perillos, Andrew Gough's Arcadia and Gazette de Rennes-le-Château.

Click on the title and get the Rennes-le-Château News Feed!

A Belgian con?
Belgian author Patrick Bernauw queries whether the story of Rennes-le-Château is based on the story of the Grail in Bruges, where we stumble upon an equally enigmatic priest. In fact, the man featured in the infamous La-Bas novel, by Huysmans, which speaks about Satanic masses.





Terug naar de Bron: Rennes-le-Château!


Aan het einde van de 19e eeuw deed een straatarme Franse dorpspriester een ontdekking die hem van de ene op de andere dag een machtig en vermogend man maakte. Het leven en de werken van pastoor Bérenger Saunière in het Zuidfranse dorpje Rennes-le-Château, lagen aan de basis van meer dan 500 boeken en documentaires waaronder Dan Brown's 'De Da Vinci Code' en 'Het Heilige Bloed en de Heilige Graal' van BBC scenarioschrijver Henry Lincoln en onderzoekers Michael Baigent & Richard Leigh.

Op het Terug naar de Bron Internet Forum bediscussieert een grote groep nationale en internationale onderzoekers, geïnteresseerden en enthousiastelingen de laatste ontwikkelingen en inzichten in het mysterie.

Klik op de titel en discussieer mee!


24.3.09

Als de Boss repeteert...

English Blogs

 
Web www.moordspelen.blogspot.com
www.stadsspelen.blogspot.com www.sterke-verhalen.blogspot.com